columns

Klawitters columns

Regelmatig verschijnt in deze rubriek een column van de hand van Jens Klawitter. De column kan gaan over politiek, sport, entertainment of andere zaken. Uiteraard nodig ik de bezoekers van de website uit om onderwerpen aan te dragen. Stuur een onderwerp via de contactpagina van deze site en het zal in één van de volgende columns verwerkt worden.
Jens Klawitter

Column week 22

Debatten of machowedstrijden?

Je kunt er bijna niet omheen tegenwoordig: de debatten van lijstrekkers of anderen met een ambitie verkozen te worden. Veel van deze debatten blinken uit in macho-taal en ferme positiebepalingen. Kandidaten zijn druk bezig elkaar vliegen af te vangen en zo goed mogelijk in het mediale daglicht te verschijnen.

Hoewel de inhoud in deze campagne wat meer aanwezig is, is het toch vaak een ondergeschoven kindje. Iets waaraan de media niet geheel onschuldig is. Affaires van Staatssecretarissen krijgen vaak meer aandacht dan gedegen voorstellen over de verzorgingsstaat bijvoorbeeld.

Tekenend was de uitspraak van Rick Nieman, toen een debat te inhoudelijk werd, dat journalisten zenuwachtig worden van te veel inhoud. Hij zei dit uiteraard met een lacherige ironie, maar het was toch duidelijk, dat hij weer terug naar het spel wilde en de knikkers niet zo belangrijk vond.

Daarom vraag ik mij openlijk af, welke richting het publieke debat dan op moet. Als men te veel inhoud bespreekt, haken toeschouwers en jounalisten af, maar als men zich beperkt tot oneliners, krijgt men het predikaat populist opgespeld.

Wellicht is het een idee om gewoon wat meer te luisteren en het publiek het verstand toe te dichten zelf een oordeel te kunnen vormen.

Column week 8

sommigen krijgen nooit genoeg van campagnes

In tijden van verkiezingscampagnes gelden er andere politieke wetten en blijkbaar tegenwoordig ook andere omgangsvormen. Althans dat is de indruk, die ik krijg, wanneer ik de politieke gebeurtenissen gadesla.

Het was al duidelijk, dat politieke partijen zich meer van elkaar moesten onderscheiden. De één deed dat door te klagen, dat er in de kou geen campagne gevoerd kon worden, de ander deed en doet het door het parlementaire taalgebruik voor het gemak maar helemaal achterwege te laten.

Gevolg was een aantal opzienbarende en niet altijd even smaakvolle debatten in de tweede kamer, eigenlijk het controleorgaan in het Nederlandse Politieke bestel. Helaas wordt dit mooie orgaan met duidelijke bevoegdheden en taken tegenwoordig gedegradeerd tot een campagneplatform voor de landelijke partijen. Tegenstellingen worden op scherp gezet; collegae krijgen woorden naar hun hoofd geslingerd, waarbij politici uit het verleden met afschuw de zaal zouden verlaten en het staatsrechtelijk vastgelegde proces wordt met voeten getreden.

Zo hebben we afgelopen week een aantal debatten mogen zien, die over zwaar inhoudelijke thema's zouden moeten gaan, zoals de vraag in hoeverre de deelname van nederland aan de oorlog in Irak gerechtvaardigd was of de vraag of we (Nederland dan, want persoonlijk ben ik er nooit geweest en wil ik er ook niet heen) in Uruzgan moeten blijven.

In ieder geval waren deze thema's de aanleiding voor debatten. Helaas kwam het er in realiteit op neer, dat het vooral ging over de rol van de premier en over de vraag welke minister nu wat tegen welke andere minister gezegd zou hebben. Kortom....duidelijker werd het niet en de zaak werd niet gediend.

Naar mijn zo bescheiden mogelijke mening werd hier enkel campagne gevoerd om maar vooral je tanden te laten zien. Grappig is, dat de campagne die actueel is, die is voor de gemeenteraad, waarvoor de gebruikte onderwerpen redelijk irrelevant zijn. Wellicht gaat men ervan uit, dat de neerslag van landelijke onderwerpen op de gemeentelijke verkiezingen doorslaggevend is. Twijfelachtig, als je bekijkt hoe groot en invloedrijk de lokale partijen in de verschillende gemeenteraden geworden zijn.

Gelukkig besefte enkele landelijke politicus dit ook, waardoor hij er maar even voor heeft gezorgd, dat het kabinet viel, waardoor we dus in één lang proces zodadelijk toch ook een campagne voor de landelijke verkiezingen mogen voeren.

Ik adviseer een ieder regelmatig de Haagse activiteiten te volgen, want er valt te verwachten, dat men nu besluit, dat alles nog spectaculairder moet worden. Smullen dus!

Winnaar is de sensatiezucht, verliezer de inhoud. Jammer!

 

Column week 47

Zie ginds komt de denneboom....

Het is  een heel duidelijk verhaal voor ieder kind, dat de Sint in November aankomt en op 6 december Nederland verlaat. Na 6 December wachten we dan op de Kerstman. Heel verwarrend is het voor de kleintjes, wanneer ze door een winkelstraat lopen en Kerstbomen naast zwarte pieten zien.

Het is al erg genoeg, dat de meeste winkeliers overdreven veel aandacht besteden aan moderne, commerciële importfeestdagen, zoals Halloween en Valentijnsdag. Het feest echter, dat in Nederland al eeuwen gevierd wordt ( er zijn aanwijzingen dat het schoentjes zetten al in de 15e eeuw gebeurde) en zeker sinds 1850 een centrale plaats in het Nederlandse familieleven inneemt, wordt vaak naar achteren geschoven en in sommige gevallen zelfs vervangen door de Kerst.

Als traditioneel ingesteld mens vind ik dit erg spijtig. Persoonlijk geniet ik zelf nog met volle teugen, wanneer mijn zoon glunderend naar zijn schoentje loopt om te kijken, wat er inzit. Om overdrijving te voorkomen, vult de Sint in huize Klawitter de schoen meestal met kleinigheidjes zoals een paar pepernoten of een chocoladesint om vervolgens de pakjesavond van 5 december nog echt een hoogtepunt te laten zijn.

Natuurlijk mag Kerst niet vergeten worden, al was het maar vanwege zijn religieuze betekenis. Het feest komt echter chronologisch na de goede Sint en moet ook door de commerciële detaillisten als zodanig behandeld worden.

Ik denk, dat de Sint zelf mijn betoog wel kan waarderen, waardoor ik in ieder geval geen angst hoef te hebben om mee naar Spanje genomen te worden (hoewel we dat van de kinderpsychologen niet meer mogen zeggen).

 

 

Column week 46

20 jaar geleden alweer...

Wie het nieuws de afgelopen dagen heeft gevolgd, kan er nauwelijks omheen, dat het vandaag (9 november 2009) precies 20 jaar geleden is, dat de toenmalige Duitse Democratische Republiek (DDR) haar grenzen voor ieder particulier verkeer opende en daarmee de zelf opgerichte muur ten val bracht. Hiermee werd het einde ingeleid van het bestaan van twee Duitslanden.

Aangezien dit voor mij, als zoon van een Oost-Duitser, ook persoonlijk vrij ingrijpend was, wil ik dit onderwerp centraal stellen in de column van deze week.

Het is voor de meeste Nederlanders en zeker voor de huidige jongere moeilijk voorstelbaar, dat men familie heeft, die men niet mag bezoeken. En niet omdat er één of andere ruzie in de familie is, maar enkel, omdat de regering van een zichzelf democratisch noemende staat bepaald heeft, dat men niet zo maar het land in of uit mocht.

De enige vorm van contact met een groot deel van mijn familie was enkel mogelijk door het sturen van kaarten en pakketjes. Bij die pakketjes liep je ook nog de kans, dat die geopend werden om te kijken of er niets inzat dat de betreffende postdouanier zelf kon gebruiken.

Toen uiteindelijk dus de muur viel of het gordijn zich opende, kreeg ik opeens een hele groep familie erbij. Bovendien was dit de eerste en tot nu toe enige keer, dat ik mijn vader (normaal het type ruwe bolster, zachte pit) geëmotioneerd zag. De hele avond trakteerde hij mij op verhalen uit de DDR, die inmiddels als fabels klinken. Neem nu het feit, dat het kon gebeuren, dat je tomaten wilde kopen en in plaats daarvan uien kreeg, omdat er niets anders was.

Het zijn dit soort persoonlijke ervaringen en verhalen, die je normaal niet hoort in de verslaggeving over het twintigste jubileum van het vallen van de muur. Maar het zijn ook die verhalen, die mij bewust hebben gemaakt van de noodzaak van democratie en vrijheid van meningsuiting. Zonder het verhaal zwaar te willen laten worden, wil ik dit de lezer meegeven, die wellicht denkt: "goh, gaat die alweer over die muur"

En de mensen die zeggen: "de DDR was toch goed!" zeg ik: stuur mij een mail en ik breng u in contact met mijn vader, die ik overigens kan bezoeken, wanneer ik dat wil!

Column week 45

Sommige jubilea kunnen anders gevierd worden!

Onlangs trok ik vol verwachting naar de plaatselijke tabaks- en tijdschriftenwinkel. Er was een nieuw Asterix en Obelix album aangekondigd. Mijn grote Gallische vrienden vieren immers hun 50e verjaardag. Als jarenlange fan verheugde ik mij natuurlijk op een nieuw avontuur vol vliegende romeinen, bange everzwijnen en spitsvondige dialogen tussen de Gallische dorpsbewoners.

Thuisgekomen met mijn nieuwe aankoop kon ik natuurlijk niet wachten en begon, met de jas nog aan, meteen de nieuwste stripsensatie te lezen. Na 2 pagina's al begon mijn enthousiasme te dalen en plaats te maken voor verbijstering en ongeloof.

De grote Uderzo vond blijkbaar het uitbrengen van een jubileumsalbum dermate belangrijk, dat hij weinig gedachten heeft laten gaan over de vraag, of er wel een onderwerp was waarover hij zou kunnen schrijven. Resultaat is een wanhopig ineengeknutselde verzameling van plaatjes en dialogen uit eerdere albums. Op het moment, dat er ook nog een kunstmatig ineengezette referentie aan het toch al niet zo succesvolle attractiepark Asterix voorbijkwam, wist ik definitief, dat dit jubileum geen album had behoefd. Of in ieder geval niet dit album.

Ik roep dan ook alle medeliefhebbers op om in het kader van het feit dat onze Gallische helden Abrahamix zien, hun oude albums uit de kast te halen, hier nog eens lekker van de genieten en dan luid proostend het glas te heffen op Asterix, Obelix en de anderen. Bij Toutatis.

Het jubileumsalbum krijgt van mij een mooie plaats in mijn verzameling (ergens achterin de kast, zodat het vooral niet beschadigd kan worden) en zal waarschijnlijk zelfs bij de 100e verjaardag niet geopend worden.

Jens Klawitter